Waarom de weegschaal de eerste weken niet vertelt wat er écht gebeurt
Je bent een week bezig.
Je eet gezonder.
Je drinkt meer water.
Je beweegt vaker.
Misschien ben je zelfs begonnen met krachttraining.
En dan komt hét moment.
Je stapt op de weegschaal.
Niks.
Of nog erger:
300 gram erbij.
En meteen denk je:
Hoe kan dit? Ik doe toch alles goed?
Dit is precies het moment waarop veel mensen beginnen te twijfelen.
Maar er is iets belangrijks wat ik je wil uitleggen:
Je gewicht en je hoeveelheid lichaamsvet zijn niet hetzelfde.
De weegschaal telt namelijk alles bij elkaar op.
Je vetmassa, spieren, lichaamsvocht, glycogeen en zelfs wat er op dat moment nog in je maag en darmen zit.
Daardoor kun je vet verliezen zonder dat je dat direct terugziet op de weegschaal.
Wat gebeurt er in de eerste week?
Wanneer je je eetpatroon verandert, kan je gewicht in het begin behoorlijk reageren.
Een belangrijke reden daarvoor is glycogeen.
Glycogeen is de vorm waarin je lichaam koolhydraten tijdelijk opslaat, voornamelijk in je spieren en lever.
En dit weten veel mensen niet:
glycogeen wordt samen met behoorlijk wat water opgeslagen.
Per gram opgeslagen glycogeen is grofweg drie tot vier gram water betrokken. Wanneer je glycogeenvoorraad afneemt, verlies je daardoor niet alleen glycogeen, maar ook het water dat daarbij hoort.
Daarom kan iemand in het begin relatief snel lichter worden.
En dan hoor je:
“Yes, anderhalve kilo eraf!”
Maar dat betekent niet dat er in een paar dagen anderhalve kilo vet verdwenen is.
Een deel van dat verschil bestaat uit vocht en veranderingen in glycogeen.
Dat is normaal.
Maar hier gebeurt iets interessants.
Wanneer je daarna weer wat meer koolhydraten eet, bijvoorbeeld na een etentje of een weekend, wordt glycogeen opnieuw aangevuld.
En met dat glycogeen komt ook weer water terug.
De weegschaal kan daardoor omhoog gaan.
Je bent dan niet ineens weer zoveel vet aangekomen.
Je lichaam heeft simpelweg glycogeen én het bijbehorende water opgeslagen.
En dan begin je ook nog met sporten…
Dit is een van de grootste frustraties die ik bij mensen zie.
Ze gaan eindelijk sporten en verwachten:
Nu moet die weegschaal toch zeker naar beneden.
En vervolgens gebeurt precies het tegenovergestelde.
Je gewicht blijft gelijk.
Of loopt zelfs iets op.
Ook dat kan logisch zijn.
Wanneer je spieren een trainingsprikkel krijgen, vooral als de belasting nieuw of zwaarder is, ontstaat er tijdelijk extra vocht in en rondom het getrainde spierweefsel als onderdeel van de reactie op de training en het herstel. Onderzoek naar krachttraining laat zien dat spieren na een nieuwe trainingsprikkel tijdelijk kunnen opzwellen.
Je voelt dat soms ook.
Je spieren zijn stijf.
Je hebt spierpijn.
Je benen voelen wat zwaarder.
Dus stel:
je hebt die week daadwerkelijk vet verloren…
maar tegelijkertijd houdt je lichaam tijdelijk meer vocht vast door training.
Wat ziet je weegschaal dan?
Misschien helemaal niets.
En dáár gaat het vaak mis.
Je denkt dat je geen resultaat hebt.
Terwijl twee processen tegelijkertijd kunnen plaatsvinden:
minder vetmassa en meer tijdelijk lichaamsvocht.
De weegschaal laat alleen de optelsom zien.
Voor vrouwen komt daar nóg iets bij
Voor vrouwen tussen ongeveer 35 en 60 jaar is dit extra belangrijk om te begrijpen.
Hormoonschommelingen kunnen namelijk je vochtbalans beïnvloeden.
Bij vrouwen die nog menstrueren kan het gewicht gedurende de cyclus veranderen zonder dat hun vetmassa noemenswaardig verandert.
In onderzoek werd rond de menstruatie gemiddeld ongeveer een halve kilo meer lichaamsgewicht gemeten, hoofdzakelijk door extra extracellulair vocht. Individuele verschillen zijn daarbij groot.
Dat betekent dus dat je een fantastische week kunt hebben gehad…
goed gegeten,
bewogen,
geslapen,
je plan gevolgd…
en toch zwaarder kunt zijn dan een paar dagen daarvoor.
Niet omdat je traject niet werkt.
Maar omdat je lichaam tijdelijk meer vocht bevat.
En juist vanaf de jaren waarin de cyclus onregelmatiger kan worden, wordt het nóg minder logisch om één losse weegdag als oordeel over je vooruitgang te gebruiken.
Zelf heb ik hier jarenlang mee gewerkt in mijn fitboutique
Ruim zes jaar gebruikte ik de InBody 770, een professionele lichaamsanalyse die veel verder kijkt dan alleen je gewicht. Deze meting laat onder andere zien hoeveel spiermassa, vetmassa en lichaamsvocht je hebt. Ook maakt de InBody onderscheid tussen intracellulair vocht (vocht ín je lichaamscellen) en extracellulair vocht (vocht búiten je lichaamscellen).
Juist dat laatste gaf vaak waardevolle inzichten.
Ik zag regelmatig dat een klant op de gewone weegschaal nauwelijks was afgevallen of zelfs iets zwaarder was geworden, terwijl de InBody liet zien dat de vetmassa wél was afgenomen. De toename op de weegschaal bleek dan vaak te komen door een tijdelijke verandering in de vochtbalans, bijvoorbeeld na een intensieve training, tijdens de menstruatiecyclus of in een periode met meer stress.
Dat is precies waarom ik altijd zeg:
Een gewone weegschaal vertelt maar een klein deel van het verhaal.
Wil je meer weten over hoe een InBody-lichaamsanalyse werkt? Neem dan eens een kijkje op de website van InBody:
Ook al werk ik zelf tegenwoordig niet meer met deze metingen, ik vind het nog steeds een van de meest waardevolle manieren om verder te kijken dan alleen het getal op de weegschaal.
Ook zout kan de weegschaal beïnvloeden
Nog zo eentje waar veel mensen niet bij stilstaan.
Heb je een avond buiten de deur gegeten?
Dan kan je maaltijd meer zout bevatten dan je normaal eet.
Je lichaam regelt de concentratie van natrium en water nauwkeurig. Veranderingen in zoutinname kunnen daarom tijdelijk invloed hebben op hoeveel vocht je vasthoudt. Ook veranderingen in koolhydraatinname spelen hierin mee.
Dus wanneer je de volgende ochtend zwaarder bent na een restaurantbezoek, betekent dat niet automatisch:
“Ik ben gisteren aangekomen.”
Dat getal bevat veel meer informatie dan alleen lichaamsvet.
En zelfs je darmen wegen mee
Nog iets waar bijna niemand aan denkt:
wat je eet, heeft letterlijk gewicht.
Wanneer je gezonder gaat eten, ga je vaak automatisch meer groente, fruit, volkorenproducten en andere vezelrijke voeding gebruiken.
Dat is positief.
Maar meer voedselvolume en meer darminhoud kunnen tijdelijk óók iets toevoegen aan het getal op de weegschaal.
Je weegschaal weet niet:
“Ah, dit zijn groenten.”
Hij meet simpelweg massa.
Dat is ook een reden waarom twee opeenvolgende dagen nooit perfect vergelijkbaar zijn.
Waarom schommelt mijn gewicht dan zo?
Je gewicht van vandaag wordt niet alleen bepaald door hoeveel vet je hebt.
Het wordt onder andere beïnvloed door:
je glycogeenvoorraad
hoeveel vocht je vasthoudt
hoeveel koolhydraten je hebt gegeten
je zoutinname
training en spierherstel
je menstruatiecyclus
hoeveel er nog in je maag en darmen zit
hoeveel je hebt gedronken
en zelfs het moment waarop je jezelf weegt
Onderzoek naar korte gewichtsschommelingen laat zien dat veranderingen van enkele kilo’s over korte perioden grotendeels kunnen bestaan uit veranderingen in lichaamswater en andere vetvrije componenten.
Dus nee:
één hoger getal betekent niet automatisch dat je vet bent aangekomen.
En één lager getal betekent ook niet automatisch dat je alleen vet hebt verloren.
Week 2: het moment waarop mensen gaan twijfelen
En nu komt misschien wel het belangrijkste gedeelte.
De eerste week ben je vaak nog enthousiast.
Nieuwe boodschappen.
Nieuwe routine.
Nieuwe motivatie.
Maar rond week twee gebeurt er iets.
Het spectaculaire begin is voorbij.
Je gewicht kan ineens minder hard dalen.
Misschien blijft het een aantal dagen zelfs hetzelfde.
En nu begint je hoofd:
“Waarom gaat het niet meer?”
Maar fysiologisch is dat helemaal niet vreemd.
De snelle veranderingen in glycogeen en vocht van het begin worden kleiner.
Daardoor wordt het tempo op de weegschaal vanzelf rustiger.
Dat betekent niet automatisch dat je vetverlies gestopt is.
Het betekent vooral dat de enorme vochtverschuiving van het begin niet iedere week opnieuw plaatsvindt.
Dit is ontzettend belangrijk om te begrijpen.
Want veel mensen vergelijken week twee met week één.
En denken:
“Vorige week ging er veel af. Nu bijna niets. Dus mijn lichaam werkt tegen.”
Nee.
Je vergelijkt waarschijnlijk twee totaal verschillende situaties.
Je lichaam wordt niet iedere week lichter in een rechte lijn
Dit is misschien wel de grootste misvatting rondom afvallen.
We denken:
week 1 omlaag
week 2 weer omlaag
week 3 weer omlaag
Maar een menselijk lichaam werkt niet als een Excelgrafiek.
Je kunt een paar dagen gelijk blijven.
Dan iets omhoog gaan.
Dan ineens weer zakken.
Dat betekent niet dat je iedere keer opnieuw vet verliest en aankomt.
Het getal op de weegschaal bevat simpelweg te veel andere variabelen.
Daarom is een trend over langere tijd veel informatiever dan één afzonderlijk weegmoment.
Wat gebeurt er rond week 3 en 4?
Wanneer je niet extreem aan het lijnen bent maar structureel andere keuzes maakt, wordt het nieuwe patroon langzaam vertrouwder.
Je weet beter wat je eet.
Je hoeft minder vaak over iedere keuze na te denken.
Je lichaam raakt gewend aan de trainingsbelasting.
En de enorme verschuivingen in glycogeen en vocht die je in het begin kunt zien, worden meestal minder uitgesproken.
Daardoor krijg je langzaam een eerlijker beeld van de richting waarin je lichaamsgewicht zich ontwikkelt.
Maar ook nu blijft de lijn schommelen.
En dat is normaal.
Maar hoe weet je dan of je vooruitgaat?
Kijk verder dan alleen naar dat ene getal.
Vraag jezelf ook af:
Zit mijn broek anders?
Is mijn taille veranderd?
Voelt bewegen makkelijker?
Word ik sterker?
Herstel ik beter?
Heb ik gedurende de dag stabielere energie?
Kan ik mijn nieuwe gewoonten beter volhouden?
Dat zijn geen troostprijzen.
Dat zijn relevante signalen van verandering.
En wanneer je lichaamssamenstelling verandert, kunnen omvang en kleding soms veranderen voordat de weegschaal indrukwekkend beweegt.
Het belangrijkste wat ik je wil meegeven
Als jij zeven dagen bezig bent en de weegschaal staat stil, kun je nog helemaal niet concluderen:
“Het werkt niet.”
Je ziet namelijk maar één klein stukje van wat er in je lichaam gebeurt.
Je kunt vocht vasthouden.
Je spieren kunnen herstellen.
Je glycogeenvoorraad kan veranderen.
Je cyclus kan invloed hebben.
Je darmen kunnen voller zijn.
En tegelijkertijd kun je nog steeds bezig zijn met het verminderen van lichaamsvet.
Daarom wil ik dat je voortaan één ding onthoudt wanneer je op die weegschaal stapt:
gewicht is niet hetzelfde als vet.
Dus wanneer jij volgende week 300 gram zwaarder bent…
stap dan niet drie keer opnieuw op die weegschaal omdat je denkt dat hij kapot is.
En trek vooral niet meteen de conclusie:
“Zie je wel. Het werkt niet.”
Kijk naar de langere lijn.
Kijk naar wat er in je lichaam verandert.
En geef je lichaam de tijd om te laten zien wat jouw dagelijkse keuzes aan het opbouwen zijn.
Liefs,
Claudia Breda